U herinnert zich vast nog die leerkracht die zo meesterlijk kon vertellen. Ook kinderen komen als geboren vertellers de school binnen. Ze kunnen nog niet lezen of schrijven, maar vertellen kunnen ze wel.
Van verschillende kanten horen we alarmerende berichten over de taalvaardigheid van onze kinderen. Er lijken steeds meer kinderen te zijn die een taalachterstand hebben.
Onze kinderen leren praten door te praten. Ze leren mondelinge taal begrijpen door te luisteren. Als peuters eerst losse woorden of de regels van zinsbouw zouden moeten leren voordat ze iets mochten zeggen, zouden ze verschrikkelijk gefrustreerd raken. Al pratend en luisterend bouwen ze op eigen kracht taalkennis op. Dat vermogen blijft bestaan als ze naar school gaan.
‘Vertellen in de klas’ sluit aan bij dat aangeboren vermogen. Er komt een meesterverteller op school en hij vertelt een kort verhaal. Dan gaat hij met de kinderen in gesprek. Vervolgens laat hij zo’n 30 makkelijk te vertellen verhalen achter met een korte bondige instructie.
Door het lezen van, of luisteren naar de verhalen, het uitkiezen van favorieten en het maken van een verhaalplattegrond leren de kinderen hoe ze kunnen werken met verhalen.
Daarna blijven we zo dicht mogelijk bij het ‘natuurlijke vertellen’, dicht bij de natuurlijke taalverwerving. Al doende kunnen kinderen de noodzakelijke taalvaardigheden leren. Ze kunnen dingen zelf ontdekken en hun verbeeldingskracht aanscherpen. Een taal leren begrijpen, spreken, lezen en schrijven gebeurt het best ‘al doende’. Daarom is de werkwijze van ‘vertellen in de klas’ ervaringsgericht met de leerkracht als coach.

Het project ‘Vertellen in de klas’ stimuleert de verbeeldingskracht en brengt kinderen in contact met de oudste vorm van cultuuroverdracht: het vertellen van verhalen. ‘Vertellen in de klas’ sluit aan bij de kerndoelen van het basisonderwijs (taalontwikkeling, leesbevordering, cultuureducatie).